Feeds:
Berichten
Reacties

Bilgoraj.

Zamosc en Radecznica.

Eindelijk is het eens tijd om het fel besproken weekend uit de doeken te draaien. (1)

 

balans.

Om te beginnen, begon het weekend behoorlijk vroegtijdig, namelijk donderdagavond. We hebben sowieso al geen les op vrijdag, dus geen reden om er graten in te zien.

Het lot had helaas daar een klein beetje anders over gedacht. Na een verwarrend smsje, een spurtje-met-een-veel-te-grote-rugzak-richting-de-trolleybus en het onderscheppen van Pan Konrad onderweg, stonden we gepakt en gezakt aan het station. Och Ironia Fortunae, de minibus zat vol, behoorlijk vol. Het leek ons wijselijk van dan maar te wachten op de volgende bus, die een halfuurke later zou komen. Terwijl we daar op een bankje zitten Konrad Nederlands te leren (2), ontwaar ik ineens de Krzyszek, Konrads kotgenoot, door het busraampje. Dat fijn heerschap wuift ons nog even sadistisch toe en maakt het zich dan weer gezellig. Grmbl. Nuja. Nog genoeg bussen naar Bilgoraj zeker. Na een twintigtal minuten beginnen we door te krijgen dat de volgende bus hier eigenlijk al een hele tijd staat en dat die ondertussen ook al vol zit. Ja soit… Als we niet zitten, dan kunnen we staan, waarvoor heeft een mens anders zijn benen gekregen? Twee uur en een half, is dat lang? Maar neen! Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, des te gezelliger! De chauffeur interpreteerde “gezellig” helaas wel iets te ruim naar onze mening. Aanvankelijk stonden alleen wij vier in het gangpad, maar geleidelijk aan kwam daar steeds meer en meer volk bij te pas en werd het zowaar behoorlijk krap. Als we de balans bij het vertrek mogen opmaken: 15 zittende mensen en 15 staande mensen (op een minibus wel te verstaan). En onderweg zijn er daar nog een paar bijgekomen ook. (3) De wegen in Polen liggen nu ook niet bepaald plat, dus een stevige rammeling hebben we wel gehad. Ik stond gelukkig onder het dakraam, dus een hersenschudding is me bespaard gebleven. Mijn rugzak daarentegen heeft duistere oorden gezien en verdween langzaamaan steeds verder onder de benen van een jongenman voor mij. (4) Dit alles kon de pret in geen honderd jaar bederven en (allicht tot grote ergernis van de ons omringende passagiers) hebben we smakelijk gelachen en ons kostelijk geamuseerd. Er is zelfs beeldmateriaal van.

 

(1) zoals u ziet, is de voetnoot terug en ik vervloek mijzelf dat ik ze ooit heb afgeschaft. Je mag zeggen wat je wil, een voetnoot heeft zijn charme (tenzij het een verwijzing blijkt te zijn naar een bibliografisch adres, maar aan die zever doe ik hier niet mee.)

(2) Hij heeft zichzelf een boekje aangeschaft: Nederlands in één maand.

(3) waar dat ze die bomma’s allemaal gestoken hebben, ik kon het op den duur niet meer zien!

(4) een of andere zittende pippo voor ons, die maar bleef lachen, een prentje van een onzedige madam op zijn gsm had en op een tergende manier het zich gemakkelijk maakte (effe de beentjes strekken, even uitrekken, zeteltje kantelen, nekeer geeuwen, thoe maar, het kan niet op zeker!)

 

 

mensonterend.

Aangekomen in Bilgoraj, werd het gewicht van mijn rugzak direct al gebombardeerd tot een onderwerp van spot. Ge moet daar niet mee lachen, mijne pizjefant weegt! Wij lopen daar een beetje met Konrad mee. Zegt die ineens Wacht hier! Meneer loopt daar een autobaan over, springt (nog redelijk) elegant over een belachelijk hoog hek en kruipt in nen bus. Het werd al snel duidelijk dat hij bij zijn vader, buschauffeur zijnde en Jaroslav hetende, de boodschappen moest gaan afhalen. Onze eerste indruk van Bilgoraj was miniem, aangezien het al behoorlijk donker was. Brede straten, proper… Ja, ik kan het moeilijk met iets vergelijken, ik ken niet direct een Belgisch equivalent hiervan. Soit. Aangekomen bij den blok, binnengekomen in zijn huis, worden wij direct onze kamer gewezen. Jaja, het gaat gezellig worden vannacht. Een soort kinderkamer met een dubbelbed (5). Nuja, ik en Hanne hebben wel al vaker het bed gedeeld en in benardere omstandigheden. Zo gemakkelijk zijn we dus niet afgeschrikt. In de uiterst gezellige living (6) kregen we bigos (7) op Jaroslavse wijze. Daarna heeft Konrad ons nog zijn onchristelijke, onorthodoxe (ja, misschien moet ik zelfs spreken in termen van “mensonwaardige” en “mensonterende”) vorm van theezetten getoond. Eerst vraagt hij aan iedereen welke smaak ge moet hebben en in plaats dat hij dat dan respectievelijk over de kopjes verdeelt, wil hij dat dus in één grote kan doen. We hebben gedreigd met excommunicatie en heeft ons dus voorlopig nog gespaard. Voor het slapengaan hebben we ons nog voor het eerste deel van een melige film (8) gezet en vervolgens dus in onzen nest gekropen. (9) Hoewel, voor dat we gingen slapen ben ik er nog achtergekomen dat ik mijne pizjefant (of all things!) vergeten was. En ik was nog zo voorzien! Nuja, nen T-shirt van Konrad komt ook al tot aan mijn knieën, dus the problem was snel solved!

 

(5) waar wij met zijn drieën (ranke-slanke-mevrouw-de-dennen dat wij zijn) moesten in passen. Ons ego was zowaar gestreeld. De formatie was als volgt: Hanne in het midden, ikke rechts en Nathalie links.

(6) nee, echt, voor met twee mannen alleen te wonen, … perfect onderhouden, geen stofje te bespeuren en het moet gezegd… ze hebben smaak, den design druipt de muren af!

(7) Een pools koolgerecht met stukskes vlees in. Jammi jammi.

(8) met Kevin Costner en een boodschap in een fles. Een beetje kringspiervernauwend en zeker te diepgaand moreelfilosofisch voor mensen die doodop zijn.

(9) In het bed bevonden zich nog twee teddyberen (Otto en Groentje) en een rupsachtig wezen dat sinds dag één al verbannen is uit het moedernest.

 

 

vrijdag, 1 mei 2009: dag van den arbeid.

’s Morgens vroeg kwam Konrad al kloppen. Hij mompelde iets in het Pools (vermoedelijk iets in de trant van “sta op” ofzo). Het was nog vroeg genoeg voor mij om op alles ‘taktaktak’ te zeggen.(10) Klaarmaken en hup naar de ontbijttafel. Pleut, die eigenlijk niet zo graag ontbijt (11), kreeg een aha-erlebnis uit Rusland. Terwijl ik angstvallig probeerde te bedenken waar ik dat eten zou moeten steken, zat Konrad daar met veel zwier omeletten te bakken. Ja, de zwier moet vermeld worden. Zjaar en elegantie! Het zittem allemaal in de polsen! Hij noemde het een omelet, maar het was eigenlijk een soort eierpannenkoek. Ja, eieren met bloem en een piske water. Het ziet er maar raar en klonterig uit voor het de pan ingaat, maar het resultaat mag er zeker wezen. Overheerlijk met oranje confituur. Ik zat vol en het had welzeker gesmaakt. Na een telefoontje naar grootouders 1 (Opa, heeft oma zin om die meiskes te voederen of niet?), mochten we maar één boterham smeren voor onderweg, oma 1 had onze komst voorbereid.

 

(10) vrij vertaald als “jajaja”

(11) ja, ge moet mijn maag de tijd geven om wakker te worden.

 

 

communisten.

Allemaal in den auto. Konrad, hoe lang is het tot de oma?Ja, mijn record is 18 minuten, maar ik zal normaal rijden vandaag en dan zijn we er in een dikke 30 min. Owkee.

Onze Bilgoraj-kennis werd al direct aangevuld. Daar ging ik naar de lagere school. Daar is mijn lyceum. Daar ga ik naar de kerk. Daar hebben de nazi’s gezeten. Hier hebben de nazi’s gezeten. Die firma steelt de spaarcenten van de bomma’s. Zoveel is er niet in Bilgoraj te doen, maar zo klein leek het me toch ook niet.

Even later in Goraj. Aangekomen bij de grootouders. Echt prachtig. Te midden van alle velden, stond een schoon stenen huizeke met een schoon houten schureke en een prachtig houten hek. In de tuin hangen de bloesems aan de bomen en strelen de bloemetjes uw blote voeten. Ronduit idyllisch. Meer zoals in de boekskes zou het niet kunnen zijn. Tot op de laatste letter en het laatste bloemeke. Er vlogen zelfs geen bijen rond.(12)

We werden vriendelijk binnen verzocht. De oma was een klein beetje verschoten van mijn lengte. (13) Een tas thee en een paczek (14) in de handen geschoven. Het duurde dan ook niet meer lang tot de vakantiefoto’s werden bovengehaald. (15) Opa met de mama van Konrad in Rome. De uitleg erbij was vaak wel hilarisch. Niet veel later kregen we ook de huwelijksmedailles onder ogen. Voor hun vijftig jaar huwelijk hebben ze elk een medaille gekregen, samen met een schoon boekske waar de president ook eens zijne poot op heeft gezet. Na de fotoronde werden er hevige verhalen en discussies ingezet (16), maar die waren soms niet altijd even goed te volgen. Een wanhopig blik naar Konrad deed dan wel wonderen. Nuja, het gros was wel te verstaan. En eens we ons kopje geledigd hadden, werd er ons vriendelijk gevraagd of we nog meer thee wilden:

 

oma: Konrad, vraag eens aan die meisjes of ze nog thee willen.

Konrad: oma, ze zitten daar, vraag het hen zelf, ze kunnen Pools.

oma: Ik ben een oude bomma, vraagt gij dat!

 

Nadat we dat vriendelijk geweigerd hadden (we stonden op ontploffen), zijn we maar eens gezellig buiten naar de bloemperkjes en groentetuin gaan kijken. De communiefoto’s waren daar een onvermijdelijk onderdeel bij.

 

(12) dat was naar het schijnt wel een slecht teken, want dat wil zeggen dat de kersen op geen fluit gaan trekken dit jaar.

(13) Ik denk zelfs dat ze nog niet tot aan mijn schouders reikte.

(14) zone vettige oliebolachtige koek. Zelfgebakken en overheerlijk!

(15) stiekem waren we aan het wachten tot de jeugdfoto’s van Konrad zouden komen bovendrijven, maar die bleven helaas uit.

(16) Er zijn uitroepen gevallen als “Joden en Communisten, dat is voor mij allemaal hetzelfde!!!” (dixit opa) en “Och jongen, ge moest eens rondlopen met mijn benen!!” (dixit oma)

 

 

In Szczebrzeszyn weerklinkt de kever in het riet.

Niet veel later zaten we weer met z’n allen in de auto. Gezellig aan het rijden tussen de velden met ongelooflijk schone vogelverschrikkers. Als ik ne vogel was, ik zou in mijn broek doen. De pompoen en alles erop en eraan. Helaas heb ik daar geen foto’s van. Het is hier ook juist de Ardennen, misschien zelfs nog een beetje schoner. We zetten koers richting Szczebrzeszyn. Szczebrzeszyn is maar voor een ding beroemd en dat is de volgende tongtwister:

W Szczebrzeszynie chrząszcz brzmi w trzcinie,

I Szczebrzeszyn z tego słynie.

 

Dit wil zoveel zeggen als:

In Szczebrzeszyn weerklinkt de kever in het riet,

en daardoor is Szczebrzeszyn beroemd.

 

Dit wordt echter uitgesproken als.

W Sjtsjebzjesjynie Chzjasjtsj bzjmi v tzjtsjinje

i Sjtsjebzjesjyn z tego swynje.

 

En dan ben ik nog niet aan het zeuren over de harde en zachte sj’s en zj’s. :-)

In Szczebrzeszyn aangekomen, hebben we ons een plekje gezocht om te parkeren (dus niet voor een poort of een ingang). Eerst hebben we een synagoge bezocht waar een fotografische tentoonstelling aan de gang was. Leuwk, maar nu niet om je moeder voor te verkopen. Wij kwamen uiteraard voor de Chrzarzcz (de Kever, u weet wel, den diene die in het riet weerklinkt!!). Konrad bleek dat ding niet weten te zijn. Hier en daar eens rondlopen en rondvragen. De plaatselijke hangjongeren wisten het niet, maar uiteindelijk hebben we het toch gevonden. U gelooft het nooit, maar in dit midden van nergens stonden dus mensen aan te schuiven om met de Kever op de foto te mogen. Het was nog link om tot bij de Kever te geraken, ge moest langs een afdaling met wat losse stenen en beneden liep er ook nog een beekje of zoiets. U kon dus fameus op uw doze gaan en nat zijn tot op uw naden. Het is ons, noch andere toeristen, overkomen, dus van dergelijk laaghartig leedvermaak was er geen sprake. Aangezien er, afgezien van de Kever, twee schone kerken, kauwtsjoe-achtige ijsjes en een poëtisch stadscentrum niet veel te beleven was, was het op naar het volgende doelwit.

 

 

peuters.

Zamosc kon ook niet ontbreken in de planning. Vooreerst deden we ons tegoed aan het kleurrijke marktplein. Loslopende veel-te-warm-aangeklede peuters, bloeiende bloemen, gelukkige mensen en gezellige café-tjes, kortom: een uiterst aangename atmosfeer. Vanuit de gekleurde voorgevels, begaven we ons naar een hoge toren waar we nog eens prachtig zicht hadden over het stadje. De wind had het niet op onze rokken voorzien vandaag en was er serieus mee aan het rammelen. Vandaar dat het niet al te gemakkelijk was om foto’s te trekken vanop die toren. (17) Na de toren hebben we gewoon nog wat verdwaald door de straten, eens door het park gelopen, de ingang van de Kazamaty gezien (ondergrondse gangen, gebruikt tijdens de wereldoorlog). Het is moeilijk om echt een equivalent te vinden voor dit stadje, ‘t is een must see! Prachtige gebouwen en zalige atmosfeer.

 

(17) waarbij ik mij eigenlijk afvraag of ze de kleur van mijn onderbroek nog niet tot in Frampol hebben gezien!!… Aja en over Frampol zal ik straks nog iets zeggen.

 

 

Sint-Antonius.

Een onelegante broekwissel verder, reden we richting Radecznica. Aja, ik moest nog iets vertellen over Frampol. Wel, door Frampol zijn we enkel doorgereden, maar er is dus iets heel speciaal aan dit stadje. Blijkbaar zijn er maar twee steden in de hele wereld die volgens dit patroon zijn opgebouwd (Frampol en nog een ander). Frampol is namelijk opgebouwd uit concentrische vierkanten, of hoe moet ik dat uitleggen (een vierkant in een vierkant in een vierkant)… zo, tot het centrum. En voor de Duitse bombardementsvliegtuigen leek dat net op een windroos. Vandaar dat het helemaal platgebombardeerd is geweest tijdens den oorlog, maar het is ondertussen terug helemaal opgebouwd zoals vroeger.

Maar soit… wij aangekomen in Radecznica. Een bezoek aan het plaatselijke klooster. Er was een communierepetitie aan de gang, dus binnengaan in de kerk zat er niet in. Er was echter wel een heel mooi uitzicht, dat ons wel wist te bekoren. Vanuit het klooster gingen we naar een kapel op het water. (Onderweg hebben we nog een superschattig paardje doodgeknuffeld). Ik heb mezelf niet volgegoten met het helende water van de Heilige Antonius (lees: Ik heb mezelf niet getrakteerd op salmonella).

 

muggengeheugen.

Na al die leutigheid was het weer hoog tijd voor een familiebezoek. Op naar nonkel en tante. Nonkel en tante met de varkensboerderij wel te verstaan. De mensen waren helaas in remont. Met andere mouwen: ze waren de keukenverdieping aan het verbouwen. Desalniettemin werden we heel hartelijk ontvangen. We kregen van Konrad een privé-audiëntie met de zwijntjes (er zat zelfs een ros zwijntje tussen). Daarna kwam de boerderijrondleiding: van sovjet-elektriciteitsinstallaties tot allerhande tractoren, tot de kast van de plechtige communie van de vader van de nonkel (die tevens ook opa genoemd wordt)… niets ontsnapte aan het oog. Maar wat is al dat schoons zonder de gebruikelijke zeemzoeterige communiefoto’s. Het werd dus pas echt lachen-gieren-brullen toen Hanne weer in een deze tractor moest gaan zitten, of met Nathalie in een soort kinderkar. Dit alles gebeurde ook onder het waakzame oog van Tarzan (uitgesproken als Tazjan), de Duitse herder. Een zeer oud, maar aardig beest.

Niet veel later zaten we op de thee en werden we uitgehoord over onze talenkennis. Het woord muggengeheugen blijft de Poolse intrige wekken en ik moet zeggen, de tante van Konrad kon er aardig weg mee!

 

 

plons, de gekke kikker.

Maar mooie liedjes duren niet lang en het was tijd om terug te keren naar het moedernest. Onderweg zijn we nog even gestopt aan een kerkhof van onbekende soldaten en door een dorp gereden waar het naart schijnt stikt van de Poolse acteurs. En toen we oververmoeid thuiskwamen, hadden we nood aan een bakje rosol (soort bouillonsoep met spaghettislierten in). Laatstgenoemde heb ik uit het meest originele bord gekregen waar ik tot nu toe al uit gegeten heb (18): de zaba (oftwel: de kikker, foto’s volgen. Te onbeschrijfelijk om uit te leggen). Daarna hebben we nog met de pootjes omhoog (goed voor de spataders!!) de rest van de emo-Kevin-film gekeken en vervolgens een foutere film ingezet. Voor de plot en de moraal had je hem beter niet gezien, maar de woordenschat!!! Jonges jonges! Hebben wij bijgeleerd seg! :-) Halverwege film twee heeft konrad me daar een munt-drankje opgevoeierd dat echt slecht was. De rest van den avond een raar gevoel in mijn buik gehad. En dat kwam heus niet van de thee (19)

Otto, de beer, is uit het bed gevlogen vannacht omdat hij de vorige nacht mij met zijn pootjes tot de rand van het bed geduwd had.

 

(18) ja, en dat is incluis het visvormig bord dat ik eens van Konrad heb gekregen.

(19) ja, deze keer hingen we deraan en hebben we de gekonradeerde thee moeten drinken. Gelukkig heeft hij het maar op twee smaakskes gehouden en was het best nog wel lekker.

 

 

Dag twee.

Opgestaan, Konrad stond alweer omeletten te bakken. Deze keer waren het echte omeletten, hoewel Konrad er weer een andere benaming voor kon vinden. Vandaag trokken we richting Zwyrzyniec, waar ze ook een kerk op het water hebben. Eens gezellig rond het vijverke gelopen, de kerk eens bekeken en eens naar de eenden gekwaakt. Tijd voor een wandeling in het nationale park. Wij kopen schoon ticketjes en begeven ons op pad. Een steile berg naar omhoog. Meikevers, vieze slakken en iets dat op stonehenge leek, kruisten ons pad. Eens het bos uit, lopen we door velden in de oh zo zalige zon. Een beetje later stoten we op weer op een kerkhof, waar mensen begraven liggen die ramp in Sochy niet overleefden.(20) We besloten daarna maar terug te keren. De positieve zonne-energie zette loopwedstrijdjes en Poolse legertellingen in (kwestie van geen van de schaapjes te verliezen). Terug in het basiskamp heeft Hanne het plaatselijke bier uitgeprobeerd (21) En… back on the road!

 

(20) Sochy is op 1 juni 1943 met alle bewoners erbij in brand gestoken en vervolgens platgebombardeerd. Het is een symbool.

(21) mijn volstrekt irrelevante mening: het smaakte naar tourtel.

 

 

konradelijk.

Toen zijn we in Gorecko Stary gaan kijken naar een specifiek soort paardjes. Vraag me nu niet meer de naam, maar ze waren enkel hier te vinden en vanop een wachttoren kont ge ze bekijken. Een beetje verder hadden ze een strand aangelegd voor de toeristen. Ondanks het zand in mijn schoenen, kreeg ik al meteen zin om te gaan zwemmen. Helaas kon dat niet: we hadden een strak tijdsschema, er dreef een (misschien agressieve) zwaan op het water en ik had geen badpak bij. Jammer, maar ja… andere keer.

Hierna beloofde Konrad ons een machtige waterval te laten zien. Aangekomen bij die waterval bleek dat wat… ja,… “tegenvallen” is een lelijk woord, maar ja… er kwam amper water uit. Het was eerder een pijp waar wat water uit gutste. Konrad zweerde bij hoog en bij laag dat het water normaal van de rotsen vloeide, tja… misschien met veel verbeeldingskracht. :-) Soit, we zijn toch eens “over het brugske gegaan”, dat behoorlijk gammel was en mijn evenwichtsorgaan was daar absoluut nog niet klaar voor. Nathalie heeft schandalig genoeg mijn “grote overtocht” gefilmd en hij duurde waarlijk de volle twee minuten. In de terugweg was Konrad nog zo konradelijk genoeg om mij terug te helpen (ja, ik denk dat hij zijn strak tijdsschema in het water zag vallen!!)

 

 

Beverpaleis.

Gorecko koscielne. Een grote, oude kerk, volledig uit hout. Een heel speciale sfeer aan de binnenkant. Het was helemaal volgestouwd met religieuze objecten, maar het voelde toch sereen. Voor we daar zijn binnengegaan, hebben we eerst de kruisweg van Jezus gevolgd en in bomen van 700 jaar oud gekropen (zo zei de gids het toch!). Nog een kappeleke op het water gezien. Bij de stilte van het water en het watergeritsel van de katvissen en puiten, hebben wij ons nedergezet en genoten. Ne mens heeft toch niet veel nodig. Het beverpaleis, of iets voor wat ervoor moest doorgaan, hebben we bij gebrek aan openingsuren, afstandsinschatting en inhoud maar overgeslagen.

 

 

fluitkiekens.

Laatste stadje voor de dag: Krasnobrod. Eerst een kerkje in het bos bezocht, vervolgens een paczek gaan eten in het stadcentrum, waar een buurtfeest aan de gang was. Vervolgens hebben we een besteende berg beklommen (geen sinecure) en een baszta (bastion) bezocht. Normaal moesten we dan prachtig uitzicht krijgen op een zalew (soort meer), maar die bleek voor meer dan den helft opgedroogd te zijn. Konrad verschoot zich een bult.

Van hieruit zijn we naar het vogelarium geweest, met het daarbij horend culturele museum. Onder de vogels bevonden zich rare Hongaarse duiven (gi-gan-tisch!) en imposante pauwen. De rest waren varianten van fazanten, maar nu niet om van naar huis te schrijven.

Het museum waar de nationale cultuur bewaard wordt, is, zoals verwacht, weer een giller. Alle (al dan niet boeren-)gebruiksvoorwerpen uit vervlogen tijden worden er met trots gepresenteerd. Zo hebben we op de eerste verdieping een belachelijk typmachien en een prehistorisch wasbord gezien. Op de tweede verdieping had ge de verplichte afdeling muziekinstrumenten, muntencollectie, blaadjesverzameling en opgezette dieren. De muziekinstrumenten beperkte zich hoofdzakelijk tot fluitkiekens.(22) De opgezette dieren waren wel verhelderend. Zo zijn we te weten gekomen dat een czapla, een reiger is.(23) En er was ook een kleine opgezette kip, die de volgende naam droeg: kura liliput. Na deze ervaringen van ongekende cultuur heb ik mij aan een degoutant wc gewaagd, nood breekt wet, nood breekt wet.

 

(22) Ja, een beeldje van een kip en ge moet blazen op die haar gat en dan komt daar geluid uit.

(23) we hebben een prof die czapla noemt en we haten dat mens al behoorlijk ondertussen.

 

 

volharden in de Poolsheid.

Hierna zijn we nóg een kerk op het water gaan bezoeken. Het leuke was dat je ook onder de kerk kon, tussen de kerk en het water dus. Daar heb ik mijn hoofd prachtig gestoten en een goddeloze godverdomme uitgekraamd.

Voor we naar huis zijn vertrokken, zijn we nog even gaan uitwaaien op het halfuitgedroogde waterreservoir. Onderweg naar huis zijn we nog even gestopt om brood te kopen. Wel ja, Konrad naar de winkel en wij in de auto blijven zitten. En noem het een sixth sence, maar die kinderen voelen dat ge niet van hier zijt. Ma echt. Die bekeken ons zo. En ja, der liep zo een meisje rond en die had exact dezelfde kwafure als ik. En daar stonden nog een paar meisjes bij. Ik weet niet, het begint raar te worden als ge mekaar begint te begluren. Nuja, toen we wegreden, heb ik nog gezwaaid en ze zwaaiden triomfantelijk terug. Pleut heeft weer nieuwe vrienden gemaakt.

Thuis aangekomen duurde het niet lang of Konrad bezweek onder de hoofdpijn (waar dat vandaan kwam, niemand die het weet), dus die lag al snel knock out in zijn bed. (24) Ondanks zijn goede bedoelingen om binnen een uur weer fris en monter te zijn, heeft hij pas het levenslicht weer gezien om twee uur ’s nachts. Tegen dan lagen wij natuurlijk al lang te ronken (we waren trouwens ook bekaf). En dan schrijf ik nog een schoon slaapwelbriefje (met veel kikkers en andere dieren op, zo min mogelijk pools om de genante schrijffouten te beperken) en dan ziet meneer het niet eens liggen. Schandalig! Trouwens, het moet gezegd dat Konrad heel het weekend volhard heeft in de Poolsheid en er is geen Engels woord over zijn lippen gekropen (al ware hij de taal niet machtig).

 

(24) Hij heeft zelfs zijn eten niet opgegeten, er was wel degelijk mis.

 

 

Koninkrijk der adders.

Dag drie. Spaghetti om de dag mee te beginnen. Vandaag blijven we in Bilgoraj. Eerst zijn we langs een gesloten Joods kerkhof gereden. Na deze korte stop, komen we aan in het Bilgorajse bos, zegt Konrad daar ineens: Ja, dit is het koninkrijk van de adders. Niet iets waar we meteen om moesten juichen (25) En ja, dan krijgt ge een Konradige uitleg: Let gewoon een beetje op… als ge er niet op trapt, dan is er geen probleem, dan bijten ze niet. Maar ja, als ge der wel op trapt, dan hebt ge garantie prijs!  Owkee, bedankt!

Nathalie had ons gelukkig ook nog gewapend met muggenspray, want de muggenpopulatie floreerde hier ook! In het bos zijn we nog Michal, een andere bonkige flatgenoot van Konrad (26), tegengekomen. En als Michal dan vraagt aan ons hoe het ermee gaat en wat we al hebben bezocht, dan ziet ge Konrad zijn oogskes al glunderen.(27) Nuja, soit, hij krijgt wel een pluim voor zijn gidserij. Dus een beetje stoef, daar kunnen we wel mee leven. In het bos zelf hebben we dan nog foto’s getrokken op een oude spoorlijn. We zijn naar een waterbron gaan kijken. Best wel grappig om te zien hoe de broebels uit het zand komen. Tientallen debiele foto’s en een herdenkingsmonument later, stonden we weer in Bilgoraj-city. Eens poseren bij het niet-echt-prachtige-gemeentehuis en een lekker ijsje eten. De kous was af.

 

(25) nathalie al zeker niet, die was op sandalen.

(26) ja, ik denk dat één van de voorwaarden om op dat appartement te mogen gaan wonen, is dat ge de afmetingen van een kleerkast hebt.

(27) en dan herhaalt Konrad nog eens de vraag met zo’n stemmeke (zoals een papa die tegen zijn kleine kindertjes zegt: Komaan kindjes, zeg eens aan nonkel Michal wat jullie van de sint hebben gekregen.)

 

 

grootvaderlijk tafereel.

De plicht riep. We moesten de honneurs gaan waarnemen bij de andere grootouders. Weeral schatten van mensen die niet anders dan het beste met ons voorhadden. De sossisen, brood en wodka werden op tafel gesmeten. Wij, de bleke kippen, werden in de zon gezet en verwacht te bruinen, te eten, te bruinen, te eten en … te eten. Dit gezegd zijnde, ontpopte Pan Konrad zich tot Pan BBQ! Het werd me daar ondertussen al behoorlijk heet, dus had ik mijn rok al voor een short ingeruild, maar het was nog steeds puffen met de pet op (en ik had niet eens een petje). Desalniettemin was het gezellig met de sossisen op schoot en een zwaar astmatisch keeshond die af en toe eens om de hoek kwam kijken(28). Konrad werd ondertussen al uitgestuurd om ijsjes te gaan halen door opa. Ma echt, wat een grootvaderlijk tafereel. Om te beginnen gaf opa al veel te veel geld mee voor doodgewone ijsjes. Dan gaf hij nog extra mee. Waarop Konrad al van maar opa, dat is echt veel te veel. Waarop hij van antwoord gediend werd met ja, koopt dan beter ijs in plaats van diene rommel. En hier is nog wat geld, koopt u nog wat chocolat.

 

(28) ze hadden er drie. De ene was astmatisch, de andere blind en den derde liep mank.

 

 

buitenboord.

Konrad weg. Wij alleen met de grootouders. Een beetje praten over koetjes en kalfjes, maar vooral de moestuin. De intermezzo’s van de opa werden gelukkig praktisch altijd door oma de mond gesnoerd. Diene mens was zo goed al niet te verstaan. De oma daarentegen wel.

Het duurde niet lang of we zaten op een dekentje een beetje verder op het gras. De bomma was er gezellig komen bijzitten met een stoel. Het leek me een goed moment om eens uit te vragen over kleinkind Konrad, hij was er nu toch niet. Alleen maar lovende woorden, van het eerste tot het laatste. Als ge het mij vraagt: recht naar den hemel met diene jong!

Toen onzen Engel dan terugkwam met zijn crèmekes, werd de thee en de familiefoto’s erbij gehaald. Hihi, gniffel gniffel… jeugdfotoooooo’s!!! Maar de commentaren die ze daar dan bijgaven waren zowaar nog hilarischer… Ow kijk, op deze foto had nonkel X nog haar en op den diene liep opa nog recht! Ondertussen begon Konrad alweer over die adders. Zit ne mens daar rustig op een dekentje, wegens plaatsgebrek met zijn pootjes buitenboord. Gezellig is anders. En dan springt oma bij met verhalen over den hond die ooit eens gebeten is geweest en dat ze er hier nog regelmatig adders tegenkomen. Echt de info die een mens wilt weten.

 

 

tussen hemel en aarde.

Maarja, lang moesten we niet meer op deze gevaarlijke plek vertoeven, want het was tijd geworden om onze zonden op te biechten en ons zwart zieltje wat op te blinken. Op naar de kerk. Om te beginnen, begon dat spel al raar. Er was nog tijd voor het aanvangsuur, maar iedereen liep daar wat rond. De meesten bleven buiten even staan (vraag me niet waarom), nuja, wij deden dat dan ook maar braaf. Dan zochten we een plaatsje in de kerk. Ik weet niet of zondag om 6 uur in de namiddag beschouwd kan worden als spitsuur, maar het zat toch behoorlijk vol. En eerst hadden we een plaatsje in de zijvleugel, maar het probleem was… ik kon niks meer zien.(29) Ikke mij dus ergens in het midden tussen de bomma’s gezet. Showtime! De meeste van de liedjes werden aan de hand van dia’s geprojecteerd. Liedjes als “de zwarte madonna” heb ik serieus gemacguevered! Ge moest me zien gaan! Alsof ik nooit iets ander gezongen had. Maar dat was brokkepap vergeleken met wat nog komen moest. Ja, de preek volgen, dat ging ook nog. (het ging over alle soorten van liefde die er waren, veel!!) Maar dan ineens kwamen ze rond met het geld. Ik mij van geen kwaad bewust. Mijn geld zat los in mijn sjakos met de gedachte als ik die pippo’s zie afkomen, dan heb ik nog genoeg tijd om dat er uit te vissen! Niet dus. De collecte gebeurt hier aan een razendsnel tempo, dus ik schoot daar ineens uit mijn sloffen (mijn buurbomma was een beetje verschoten) om dat geld te offeren en ja… in al mijn snelheid heb ik daar dus niet mijn rosjtjes tussengesmeten, maar dus ook gullere donaties gedaan dan aanvankelijk bedoeld, maar soit… tis voor een goed doel.  Aangezien ge in die mis ook op uw knieën moet gaan zitten om de haverklap, moet een mens dus wreed attent zijn, niet voor uw knieën, maar voor uw handen! Ik val op mijn knieën, zoals de rest, schoon mijn handjes op de bank voor mij. Maar die madam voor mij, ging net iets te rap terug zitten en die was half op mijn handen gaan zitten.(30) Maar dan… le moment supreme: de communie. Hey, ik ben Christen, ik mag te communie gaan en dan doe ik dat ook. Maar hoe? Om te beginnen werden er niet zo schone rijtjes gevormd zoals bij ons. Neen, de pastoor en zijn hulppriesters komen naar het volk. Den hele reutemeteut gaat naar de tussengang, waarvan den helft al op zijn knieën valt en zijn tong uitsteekt. Ik had geen plek meer om op mijn knieën te vallen, dus ik stond recht. Iedereen hield zijn handjes nogal raar. Niemand stak zijn handen uit, maar iedereen hield die precies zo op zijn hart. De pastoor komt dan langs. En ik steek mijn handen zo uit, maar die pastoor wou die hostie op mijn tong leggen (die ik niet aan het uitsteken was)… en ja, dan zeggen ze het lichaam van Christus, en ja, ik wilde amen zeggen, maar hij ramde het al in mijn strot… en mijn handen zweefden ook ergens tussen hemel en aarde, want ik mocht ze dan toch niet uitsteken, en ja… ik moest teveel coördinatiehandelingen verrichten op dezelfde tijd. Ik was een beetje het noorden kwijt. Nuja, eind goed, al goed. De mis bleek een uur geduurd hebben, en ik had zelfs nog niet het gevoel dat het een halfuur geduurd had. Het was heel aangenaam.

 

(29) en ja, ik kwam ook voor de show!

(30) ziet dus dat ge niet te diep in gebed geraakt, of uw vingers zijn verbrijzeld!

 

 

nachtelijke trottle.

’s Avonds hebben we ons nog op de rosol en de jeugdfoto’s gesmeten. Kleine Konrad… twas toch maar een schriel manneke assem klein was. Hi-la-risch. En toen we zijn kamergenoot op de galabalfoto’s ontdekten, kwamen we ook niet meer bij (dat kapsel!!!). Maar soit. We zijn nog op nachtelijke trottle geweest. Eerst zijn we den auto gaan wassen, die had wel degelijk een beurt nodig. Nuja, we… afgezien van met veel sjwoeng ons voetmatteke afkloppen, had het vrouwelijk gezelschap daar geen werk aan.

Vervolgens zijn we nog foto’s gaan trekken bij de kerk en nog naar het kerkhof geweest. Het was geen sinecure om de familieleden van Konrad terug te vinden in den donker. Het was wel een heel speciale sfeer. Hier hebben ze de gewoonte om kaarsjes op het graf te leggen en ook nu brandden er heel veel kaarsjes. Soms moet je je wel door wat graven wringen om tot bij het beoogde graf te geraken. Maar voor de rest… heel speciaal.

Otto is vannacht weer in het bed beland, omdat we Hanne teveel gestampt hebben de vorige nacht.

 

 

dodatki.

-         we hebben ook met de mama van Konrad gebabbeld via skype en webcam. Een beetje ongemakkelijk in het begin (zeker omdat Konrad ab-so-luut niet de drang voelt om het gesprek te modereren en netjes zijnen toot houdt), maar het was een hele lieve mevrouw, dus het liep wel los.

-         De vader van Konrad moet echt gedacht hebben dat er mentaal fameus iets met mij scheelt. Diene mens kwam altijd binnen op de foute moment. Nuja… En ja, soms speelt er zich wel eens een beetje een raar tafereel af. Bv. Konrad liet ons nooit afwassen en ja… ne mens wil iets terug doen, enja, den afwas was precies het enige dat wij konden terugdoen op dat moment. Op een gegeven moment gaat Konrad na het eten de keuken uit. Ik en Hanne schieten daar in derde vittesse en beginnen af te wassen aan hypersnelheid. En onszelf maar opjagen: Komaan, da bord nog!!!! Het bestek, dat gaat ook nog lukken!!!! och man, mijn hoofd eraf als ik dat vergiet niet krijg afgewassen voor hij binnenkomt!!! En ikke maar afwassen en Hanne maar afdrogen. En op het moment dat ik aan dat vergiet bezig ben, komt Konrad binnen. En wij verschoten zo hard, waarop wij daar een gil van jewelste slaakten. Waarop Konrad z’n eigen ook een verschot verschoot. Mijn hart had echt gewoon nen tel overgeslagen. Konrad zo, ik kwam juist zeggen dat afwassen een goed idee was!! Wat stress allemaal niet met een mens doet.

-         Het is echt enorm aandoenlijk om te zien hoe graag Konrad gezien is bij zijn grootouders en familie. Ik geloof dat diene jong niks anders doet in zijn weekend dan in andermans tuin komen helpen. Maar geloof me dat zijn werk geapprecieerd wordt.

-         het Onzevader is in Polen bedenkelijk, maar nee, … echt… serieus veel langer dan bij ons.

-         een grabbel in de zinnekes en woordjes die Konrad tot nu toe geleerd heeft:

boom. groen. Groentje (de naam van de Teddybeer). Ik ben Konrad. Ik ben Pools van kop tot teen (31). eerste. dat is een goed idee! rood. pet. reus. roos. rus. duif. muggengeheugen. niet lachen! Drie kilo bananen, alstublieft. hond. (32)

 

(31) deze is er ook al eens uitgekomen onder de vorm: Ik ben Konrad. Ik ben Pools van kop tot tiet. Hij zei het uit pure onwetendheid, een misser/voltreffer in zijn vocabulaire (zo’n vuige woordenschat leren we hem heus niet), maar de spontaniteit waarmee het naar buiten kwam. Wij kwamen niet meer bij, ik had buikpijn van het lachen.

(32) Dat woord heeft hij geleerd toen we van bij zijn grootouders kwamen. We zaten in de auto en op één of andere manier was het voorbestemd dat we iets gingen doodrijden. Nee, echt… vogels die niet wilden opvliegen, een kat die nog net overloopt, een hond die naar de wielen van de auto loopt… Konrad iedere keer mooi stoppen voor de beestekes en dan denkt ge dat ge het gehad hebt en dan loopt daar nen hond, ma echt op het laatste moment, nog over en die loopt precies nog meer richting auto, dan richting overkant. Ik was keihard verschoten. Pleut schiet daar op haar remmen en roept keiluid: HOND! HOND! HOND! HOND! HOND! HOND!

Nuja en sindsdien is hij het niet meer vergeten.

dagje lublin.

Majdanek revisited.

Oudere Berichten »